Banken kunnen nog meer doen om de aanpak van criminele praktijken zoals witwassen verder te verbeteren. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) is er nog veel "verbeterpotentieel" in de strijd tegen financieel-economische criminaliteit, ondanks de flinke inspanningen die al zijn geleverd op dit gebied.
De centrale bank geeft aan dat banken de afgelopen tijd hun "poortwachtersrol" duidelijk hebben verbeterd en veel investeringen hebben gedaan in mensen en middelen om effectiever criminelen buiten de deur te houden. "Maar er is nog veel werk te doen. De maatschappelijke tolerantie is laag en boeven ontwikkelen steeds nieuwe methodes. Dus we moeten ons blijven inzetten", aldus toezichtdirecteur Else Bos van DNB.
Er zal dan ook door DNB worden toegezien dat instellingen de komende jaren nog meer structurele maatregelen gaan nemen bij het effectiever voorkomen van criminele praktijken. Dat kan bijvoorbeeld door nog meer samenwerking met autoriteiten en ook betere internationale samenwerking.
Eerder dit jaar werd bekend dat Nederlandse banken hun krachten bundelen in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering. De banken richten samen een organisatie op die individuele transactiegegevens bij elkaar brengt en doorspit op aanwijzingen van criminele netwerken. Samen investeren ze tientallen miljoenen in die organisatie, waar over zo'n vijf jaar waarschijnlijk honderden mensen werken. De initiatiefnemers zijn ING, ABN AMRO, Rabobank, Volksbank en Triodos Bank.
Naar schatting wordt in Nederland jaarlijks voor 16 miljard euro witgewassen. De laatste jaren kwamen pijnlijke tekortkomingen bij Nederlandse banken naar boven. Zo trof ING in 2018 een megaschikking met het Openbaar Ministerie van 775 miljoen euro, wegens het tekortschieten bij het tegengaan van witwassen. Ook bij banken in het buitenland speelden veel kwesties.
DNB kwam ook met andere punten rond toezicht, waaronder de snelle technologische ontwikkelingen. Daarbij wordt data steeds belangrijker. DNB spreekt financiële instellingen er dan ook op aan dat ze hier hun zaken goed op orde hebben. Het gaat bijvoorbeeld om de volledigheid en de juistheid van data, maar ook om goede beveiliging tegen cyberaanvallen.
Duurzaamheid is eveneens een belangrijk thema. Volgens DNB vraagt een goede beheersing van duurzaamheidsrisico’s bij financiële instellingen nog meer aandacht. De afgelopen jaren werd onderzocht hoe klimaatverandering, de energietransitie en biodiversiteitsverlies instellingen kunnen raken. De volgende stap is dat zij dit integreren in hun beleid en risicobeheersing en dat DNB dit verder integreert in het toezicht.
Ton van Tulder, Directeur van het IFFC voegt hier aan toe:
Er is binnen de financiële sector een zeer groot besef dat er een breed front gevormd moet worden tegen Financieel Economische Criminaliteit (FEC). Dit vereist een grote mate van samenwerking van zo veel mogelijk spelers, waaronder (internationale) banken, maar ook van DNB en andere autoriteiten. Aan de bankenkant is hierop zeer fors geïnvesteerd in de versterking van de monitoring intern en de interbancaire samenwerking in Transactie Monitoring Nederland. Zoals aangegeven investeren banken hier tientallen miljoenen Euro’s in.
Het is gevaarlijk om vooral naar banken te kijken (en deze te beboeten) als we als maatschappij FEC willen tegengaan, terwijl de oorzaak van criminaliteit daar natuurlijk niet ligt.
Effectief bestrijden van criminaliteit vraagt verregaande (internationale) samenwerking tussen sectoren, overheden, toezichthouders en opsporingsdiensten. Op dit moment staan veel wetten en regels deze samenwerking en effectieve opsporing van FEC in de weg (bijv. privacywetgeving, concurrentieregels, geheimhouding etc). We moeten criminelen zo vroeg mogelijk beletten hun activiteiten op te zetten (of toegang tot het financiële systeem te geven) en niet voornamelijk achteraf monitoren van financiële (verdachte) transacties die voortkomen uit die activiteiten.