De Autoriteit Persoonsgegevens gijzelt criminaliteitsbestrijding


De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft de Eerste Kamer geadviseerd de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) niet aan te nemen. Met zo’n advies gaat kostbare tijd verloren en gooien we het spreekwoordelijke kind met het badwater weg.


De WGS is in december vorig jaar door de Tweede Kamer aangenomen. Afgelopen zomer zei voormalig Tweede Kamerlid Chris van Dam en tevens oud-voorzitter van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, het onverbloemd: “Als je kijkt naar de resultaten van fraudebestrijding, dan leveren we een wanprestatie”. Van Dam staat niet alleen. Steeds meer deskundigen doen een oproep aan de politiek om fraudebestrijding veel hoger op de agenda te zetten. Die oproep moet snel opgepakt worden, want de maatschappelijke risico’s zijn enorm. De omvang van fraude neemt jaarlijks zowel in Nederland als daarbuiten sterk toe. Is het tij te keren? Jazeker, maar dan moeten we met elkaar wel stevig de bakens gaan verzetten. De eerder genoemde wet WGS levert daar een belangrijke bijdrage aan: tussen organisaties en sectoren uitwisselen van fraude-gerelateerde gegevens en opbouwen van databestanden om fraude tegen te gaan.


De Eerste Kamer heeft ter voorbereiding op hun besluitvorming over de WGS de Autoriteit Persoonsgegevens gevraagd met een advies te komen. Deze adviseert dus nu negatief. “Deze wet is zo vaag, zo algemeen en hij geeft zoveel ruimte, dat je moet vrezen voor een nieuwe affaire, zoals de toeslagenaffaire” aldus AP-voorzitter Aleid Wolfsen.


Wat gaat hier schrikbarend fout?

Het is zonneklaar dat de fraudedetectiemethoden van Belastingdienst voor het opsporen van kinderopvangtoeslag-fraude rampzalige gevolgen hadden voor veel burgers. Dat moet anders en dat moet beter. De suggestie dat de WGS de kans op een nieuwe toeslagenaffaire vergroot, zoals AP beweert, berust echter op een misvatting. Wereldwijd hebben we te maken met een steeds complexer web van handelwijzen die criminelen gebruiken om illegaal geld te verdienen, dit vervolgens slim wit te wassen en in te zetten voor rechtstaat ondermijnende activiteiten. Voor onderzoek en opsporing van deze praktijken is goede en slimme samenwerking tussen diverse organisaties – de zogeheten ketenpartners – onontbeerlijk. Daar schort het op dit moment aan want die organisaties zijn beperkt in het uitwisselen van gegevens. In een groot aantal gevallen is het zelfs onmogelijk relevante data uit te wisselen vanwege stringente privacy regelgeving. De WGS biedt uitkomst, want als deze wet wordt aangenomen kunnen onder strikte voorwaarden (de AP denkt daar anders over) gegevens tussen vooraf bekende en geselecteerde organisaties worden gedeeld. Hierdoor ontstaat een veel nauwkeuriger beeld van frauderende personen of organisaties en wordt de kans op de ontrafeling van de eerder genoemde complexe criminele webben groter. Daarmee wordt ook de kans kleiner op het onterecht oormerken van burgers als fraudeurs. Immers, de data analyse komt tot stand door samenwerking van meerdere organisaties en is daarmee meer robuust en betrouwbaar.


Is het middel (WGS) erger dan de kwaal (financiële criminaliteit)? De AP vindt van wel en adviseert het wetsvoorstel terug te brengen naar de tekentafel. Dat is geen goed idee. Dezelfde burger die slachtoffer kan worden van een slecht fraudedetectiesysteem kunnen we met de WGS behoeden tegen materiële én psychische schade als gevolg van financiële criminaliteit.


Na het advies van de AP heeft eind november de Afdeling advisering van de Raad van State op verzoek van de voorzitter van de Eerste Kamer een zogenoemde voorlichting gegeven over het wetsvoorstel. De Raad van State realiseert zich ‘dat het wetsvoorstel potentieel vergaande vormen van gegevensverwerking mogelijk maakt. Niet alle risico’s die daarmee gepaard gaan kunnen door de wet worden uitgesloten. Daarom is cruciaal dat de wetgever moet kunnen vertrouwen op een kwalitatief goede uitvoeringspraktijk. Dat vereist niet of niet primair nadere regels of protocollen, maar professionaliteit en deskundigheid op de werkvloer. De mate waarin dat wordt gerealiseerd zal bepalend zijn voor het vertrouwen in een overheid die rechtmatig én effectief persoonsgegevens verwerkt’.


Zo is het maar net! Leden van de Eerste Kamer, stem voor het wetsvoorstel.


Martin van Manen

Directeur Institute for Financial Crime