Bouwen aan een ‘coalition of the willing’

De Financial Crime Week 2022 was, als we de reacties op een rij zetten, een groot succes. Tijdens de openingsdag op 10 mei ging een groot aantal deskundigen in op het thema ‘greyzone’. Een verslag van een dynamische dag, die diverse concrete tips en aanbevelingen opleverde: “Focus niet op de vraag wie niet willen, maar kijk wie wél mee wil doen. Dingen gaan vaak lopen als je een ‘coalition of the willing’ krijgt.” En: “Wil je de desinteresse doorbreken? Breng het probleem dan terug tot de vraag hoe het mensen persoonlijk gaat raken.”


Nadat IFFC-directeur Martin van Manen alle aanwezigen van harte welkom heeft geheten, zet burgemeester Jan van Zanen van Den Haag in zijn openingsspeech de problemen van het centrale thema ‘greyzone’ treffend neer: “De grenzen tussen legaal en illegaal, boven- en onderwereld, online en offline, nationaal en internationaal vervagen.”, aldus de burgemeester: “De vervlechting rukt steeds verder op. Hoe bestrijden we complexe financiële constructies waarvan nog nauwelijks is vast te stellen of het gaat om criminaliteit? Hebben we eigenlijk wel een goed beeld van aard en omvang als het gaat om dit soort zaken?


Met deze en andere vragen zult u zich tijdens deze Crime Week bezighouden. Een urgente zoektocht naar antwoorden. Want met het grote criminele geld eroderen onze instellingen en dat is voelbaar tot in de wijken van mijn stad. Wat we zoeken zijn bezems. Om de trap te vegen van bovenaf tot in de straten van Den Haag.”

Onevenwichtigheden


Diverse keynotes volgen: Voorzitter van MKB Nederland Jacco Vonhof wijst op een aantal onevenwichtigheden rondom de aanpak van Financieel Economische Criminaliteit. Er wordt ontzettend veel geld en menskracht besteed aan het intensiveren van de poortwachtersrol van – bijvoorbeeld – de banken. Eén op de vijf bankmedewerkers heeft de functie van compliance officer.


Maar dit heeft niet altijd het gewenste effect: bona fide bedrijven worden soms door alle controlemechanismen unbankable, terwijl criminele organisaties de dans ontspringen.


Vonhof somt op: “Aan de voorkant van de keten, waar de MKB’er naar de bank gaat, worden enorme inspanningen verwacht, terwijl de overheid aan de achterkant onvoldoende opschaalt, zodat er niet echt gehandhaafd kan worden.


De poortwachters hebben het gevoel dat ze op eieren lopen. En de publiek-private samenwerking is suboptimaal vanwege de beperkte mogelijkheden om gegevens uit te wisselen. Al met al is het systeem inefficiënt en onhoudbaar.”


Vonhof pleit voor meer wettelijke mogelijkheden voor het bedrijfsleven om crosssectoraal gegevens uit te wisselen, een soort waarschuwingsregister zoals in het Verenigd Koninkrijk al bestaat: “We zoeken welke vrije ruimte die er is om informatie met elkaar te delen zonder dat we de privacy van mensen schenden. We zouden een goed waarschuwingsregister kunnen maken mét de juiste checks and balances. Maar op een aanvraag die we hiertoe bij de Autoriteit Persoonsgegevens neerlegden kregen we nul op het rekest. We willen graag de poortwachtersrol, die ook in onze achterban aanwezig is, oppakken. Maar politiek Den Haag moet daadkracht tonen. Het MKB is er klaar voor.”


Samenwerken is lastig


Hans Boutellier vraagt in zijn betoog aandacht voor de lastige kanten van samenwerken. “Evenementen zoals deze eindigen vaak met een gezamenlijke constatering: ‘We moeten meer gaan samenwerken’. Maar in de praktijk blijkt juist die stap om samen te gaan werken ontzettend moeilijk en onbevredigend.” Om samenwerking mogelijk te maken moet je allereerst de valkuilen kennen en herkennen, houdt Boutellier de aanwezigen voor: “Dat begint bij het menselijk tekort. Alleen al luisteren naar elkaar vinden we moeilijk. Een nog belangrijkere hindernis is de institutionele logica. Organisaties zitten zo sterk in hun eigen groef en in wat hen primair drijft, dat het heel moeilijk is om de ander te begrijpen.”


Om die grote barrières te overwinnen is het goed om te kijken naar vormen van samenwerking die wél goed lopen. Boutellier noemt als voorbeelden een gezelschap voor geïmproviseerde muziek en een voetbalelftal: “Als je het veiligheidsveld met een voetbalteam vergelijkt, dan is Justitie de keeper, die ondersteunend werkt aan de verdediging: politie, de FIOD, de FIU et cetera. Deze verdediging is weer ondersteunend aan het middenveld: de scholen en het MBK bijvoorbeeld. En voorin staan de sociale verbanden van burgers. Je krijgt zo een model waarin je de samenwerking van achter naar voren opbouwt.”


Op de vraag van dagvoorzitter Marcia Luyten wie in dit voorbeeld de coach zou zijn zegt Boutellier: “De overheid. Of je daar dan een nieuwe rol voor moet creëren? Nee, er zijn al genoeg partijen actief. Het is vooral belangrijk dat de coach of leider in zijn rol geaccepteerd wordt. Ik ken een voorbeeld van een situatie waar de gemeente in de lead is, maar waar iedereen in de praktijk kijkt naar de politie als er een beslissing genomen moet worden.”


Sterkere keten


Eric van der Schild van Europol vertelt over zijn ervaringen als manager van EFIPP (Europol Financial Intelligence Public Private Partnership). In 2017 is EFIPPP als pilot gestart. Aan het project nemen ‘Europabreed’ 82 publieke en private organisaties deel, van politie en FIU’s tot de bancaire wereld. Ook Van der Schild legt het accent op investeren in samenwerken: “De basisvraag is hoe we als keten sterker kunnen worden.” Hij legt uit dat er veel cultuurverschillen zijn. Om elkaar te leren kennen wordt iedere werkgroep aangestuurd door een publieke én een private partij. “We kijken voortdurend wie veel doet en wie minder doet. Ik geloof sterk in organische groei, je moet zo’n organisatie laten groeien op basis van vertrouwen, anders wordt het heel bureaucratisch en ga je achter de feiten aanlopen. Een belangrijk element bij dat vertrouwen is: respecteer de verschillen. Maak er geen race van. Sommige partijen hebben meer tijd nodig dan andere.”


Op de vraag van dagvoorzitter Marcia Luyten wie in de keten de zwakke partner is antwoordt Eric van der Schild: “Dat verschilt per onderwerp. Maar als het moeizaam loopt heeft dat vaak te maken met het ontbreken van een Sense of Urgency.” Hans Boutellier vult aan: “Daarom is een maatschappelijk debat hierover belangrijk. Je moet je niet bezig houden met de vraag wie niet willen, maar je moet kijken wie wél willen. Dingen gaan vaak lopen als je een ‘coalition of the willing’ krijgt en die in beweging krijgt.”


Vrienden in de pub


Voordat de deskundige panelgasten aan het slotdebat beginnen geeft Bellingcats Ross Higgins de zaal nog interessante Food for Thought mee. Higgins deed uitgebreid onderzoek naar de wijze waarop obscure bedrijven wereldwijd op grote schaal gebruik maakten van constructies via zogenaamde Scottish Limited Partnerships (SLP). Dat dit jarenlang kon voortduren is volgens Higgins te wijten aan politieke desinteresse. “Er is geen politieke winst te behalen met het aanpakken van dit soort constructies.” Ross Higgins ziet wel een manier om die desinteresse en apathie te doorbreken: “Als ik met mijn vrienden in de pub sta zeggen ze me wel eens ‘Die dingen waar jij over schrijft interesseren niemand’. Ik vraag ze dan: ‘Weet je waarom jij zoveel huur betaalt?’ Omdat heel Londen is opgekocht door die oligarchen die van die constructies gebruik maken: ‘You have to bring it down to how it is going to affect people personally’, is Higgins’ advies aan de zaal.

Een oplossingsgerichte, pragmatische insteek staat ook centraal in het slotdebat. Wie er uiteindelijk bij het bestrijden van FEC in de lead moet zijn? Dat is primair de overheid, maar ook de markt kan een rol spelen, vinden de deskundigen. Kennis delen is daarbij een belangrijk uitgangspunt. “Maak het zo concreet mogelijk”, klinkt het uit de zaal.



En: alle overheidspartijen zouden met elkaar dezelfde strategie moeten volgen, want dat is nog niet altijd het geval. Hetzelfde geldt in de private sector: waar banken op niveau investeren in ‘know your customer’ legt het notariaat dat nog neer bij de laagste medewerker. “Ga ook daar meer op preventie zitten”, adviseert een bezoeker.


Ook het privacy-issue komt langs. Als we de obstakels die door de privacywetgeving worden opgeworpen willen omzeilen, dan zijn daar heus wel manieren voor, klinkt het van verschillende kanten: “We kunnen niet de naam van de boef met elkaar delen, maar we kunnen wel eigenschappen delen waaraan je die boef herkent”, aldus Eric van der Schild.


Vallen en opstaan


Hans Boutellier brengt in dat het niet altijd effectief is om de intenties van betrokken stakeholders negatief te framen: “We hebben te maken met een hele complexe samenleving en zijn met vallen en opstaan systemen aan het ontwikkelen om deze nieuwe vormen van criminaliteit aan te pakken.”


Na afloop van het slotdebat volgt een laatste hoogtepunt: De eerste IFFC Scriptieprijs wordt uitgereikt aan Wessel van Zetten, voor zijn scriptie over de inzet van machine learning bij het opsporen van hypotheekfraude. Van Zetten krijgt een sculptuur van kunstenaar Hannah Kiefmann en een geldprijs van 1.000 euro die wordt uitgereikt door Hans Willers van sponsor ZyLAB.