HSD Campus
Wilhelmina van Pruisenweg 104
2595 AN Den Haag

+31 (0)70 204 50 11
info@iffc.nl

Wilt u op de hoogte blijven van alle IFFC-activiteiten?

Meld u aan voor de nieuwsbrief!

Projecten Project Trendwatch    |    Publicaties Criminele inmenging in sportverenigingen een probleem?!    |    Agenda 10-12-2018 IFFC Participanten bijeenkomst

Dit artikel is eerder verschenen in de rubriek Trending Topic van het tijdschrift Bijzonder Strafrecht & Handhaving (2018-3)

Criminele inmenging in sportverenigingen een probleem?!

Een korte verkenning van problemen van financieel-economische criminaliteit in de sportwereld aan de hand van cases uit de praktijk

Sport kan mensen op vele manieren in vervoering brengen. Het is niet moeilijk om in gedachten de beelden terug te zien van prachtige topsportprestaties zoals de Giro-winst van wielrenner Tom Dumoulin in 2017, de gouden medaille van Epke Zonderland tijdens de Olympische Spelen van 2012 of het zweefduikdoelpunt van Robin van Persie in de wedstrijd tegen Spanje op het WK voetbal van 2014. Ook de doelpunten van het F9 meisjeshockeyteam van de lokale sportvereniging zullen, althans bij menig ouder van de leden van het winnende team, tot een goed gevoel leiden. Sport kent soms echter ook een donkere kant. Denk bijvoorbeeld aan recente misstanden zoals seksueel misbruik (Amerikaanse sportarts Larry Nassar), doping (Lance Armstrong) en matchfixing (verdachte wedstrijden van Nederlandse tennissers). Zaken die vanuit sportbonden, deels onder het tuchtrecht aangepakt kunnen worden. Maar hoe zit dat met financieel-economische criminaliteit bij (lokale) sportverenigingen?

Immers, steeds vaker zien we berichten waarin sport en criminaliteit met elkaar in verband worden gebracht. Deze zomer werd een (inventariserend) onderzoek gepresenteerd met de titel ‘Ondermijning door “criminele weldoeners”’.(1) Uit dit onderzoek volgt onder meer dat personen met een dubieuze achtergrond zich regelmatig positief proberen te profileren met het steunen van maatschappelijk nuttige activiteiten. Ze sponsoren bijvoorbeeld sportverenigingen. Minimaal een op de drie Nederlandse gemeenten kent wel een dergelijke ‘weldoener’. Tijd voor een korte verkenning van problemen van financieel-economische criminaliteit in de sportwereld.

Panem et circenses; ‘Brood en spelen’. Met deze term gaf de Romeinse schrijver Juvenalis (circa 16-140 na Christus) aan dat het Romeinse volk naar zijn mening geen oog had voor het verval van het Romeinse Rijk. De kosten voor levensonderhoud in Rome waren in 71 na Christus zo hoog dat van hogerhand besloten werd om brood uit te gaan delen. Daarnaast werden ter vermaak evenementen georganiseerd zoals paarden- en wagenrennen, worstelwedstrijden en gevechten tussen mens en dier, of tussen dieren onderling. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden en was er geen kritiek op de leiders.(2) Hoewel een vergelijking met het Rome van 71 na Christus niet opgaat, kan nog altijd worden gesteld dat sport deels bestemd is voor het vermaken van het volk.

Uit verschillende onderzoeken volgt dat sport ook een (andere) belangrijke maatschappelijke rol speelt. In sommige onderzoeken wordt sport namelijk gezien als onderdeel van de preventie en het terugdringen van criminaliteit. Onder de juist omstandigheden kan sport hierin bijdragen.(3) Paradoxaal genoeg kan sport juist ook een katalysator van criminaliteit zijn en zijn sportverenigingen vaker dan gedacht het slachtoffer van criminaliteit. 

Het waren deze zomer redelijk onopvallende berichten in de media. ‘Amsterdamse zaalvoetbalclub draaide jarenlang op geld van drugscriminelen’ en ‘Amsterdam weert zaalvoetbalclub ’t Knooppunt wegens banden met criminelen’. Uit de berichtgeving volgt dat op grond van politieonderzoek het vermoeden bestaat dat bij ’t Knooppunt structureel spelers en trainers zijn betaald met crimineel verworven gelden. Mogelijk ging het jaarlijks om honderdduizenden euro’s.

Van misstanden binnen sportverenigingen in Nederland zijn verscheidene voorbeelden voorhanden. Veel van die voorbeelden hebben betrekking op voetbalverenigingen, (4) maar dit neemt niet weg dat financieel-economische criminaliteit sport-breed een risico vormt.

Neem bijvoorbeeld zwart geld dat onder meer een rol speelt bij de beloning van spelers. Uit de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam uit 2015 volgt dat in de woning van een voormalig profvoetballer een mand met daarin een contant geldbedrag van ruim 230 duizend euro is aangetroffen hetgeen de speler volgens de verdediging had verdiend met voetballen. Het zou gaan om uitbetaalde winstpremies en tekengelden.

Toen de voorzitter van de toenmalige Haarlemse voetbalvereniging Young Boys, na bestudering van de financiën, constateerde dat de club een schuld van 180.000 euro had, werd samen met de eigenaar van de club besloten om wekelijks (illegale) pokeravonden te organiseren in de bestuurskamer. Met de opbrengsten van deze avonden werden schulden van de club afgelost. Naar verluidt werden ook spelers betaald van het geld dat aan de pokeravonden werd overgehouden. Een deel van het contante geld dat werd verdiend, werd onder de noemer ‘kantine-omzet’ op de bankrekening van de vereniging gestort. De toenmalig voorzitter van Young Boys werd in 2014 door de rechtbank veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf en een taakstraf van 240 uur. De eigenaar van de vereniging is in datzelfde jaar veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijke celstraf. Voetbalvereniging Young Boys is in 2012 failliet verklaard.(5)

In 2009 ging al een andere voetbalvereniging failliet, het Amsterdamse Türkiyemspor. In de jaren voorafgaand aan het faillissement was het eerste team van de club opgeklommen tot de top van de hoofdklasse, destijds het hoogste amateurniveau in Nederland. In twintig jaar tijd werden elf kampioenschappen behaald. Achteraf bleken spelersvergoedingen betaald te zijn met ‘drugsgeld’ van de voorzitter. Die voorzitter werd in 2007 vermoord. Saillant detail is dat de opdracht voor de moord gegeven zou zijn door een voormalig speler van het eerste team van Türkiyemspor. Na de moord op de voorzitter ging het snel bergafwaarts met de vereniging, met dus het faillissement in 2009 tot gevolg.

Uit berichtgeving in de media volgt dat in 2016 bij een voetbalvereniging uit Eindhoven een casus speelde waarbij vermoedelijk verschillende spelers door de toenmalig hoofdsponsor werden betaald met zwart geld. De spelers zouden contante geldbedragen hebben ontvangen van de hoofdsponsor. Dit geld zou afkomstig zijn uit de opbrengsten van hennepteelt.(6)

In Steenbergen speelde in 2015 een casus waarbij de lokale voetbalvereniging het beheer van de kantine had overgedragen aan de hoofdsponsor, die tevens eigenaar was van een lokaal café. Binnen twee weken nadat de hoofdsponsor het beheer van de kantine had overgenomen werden in de kantine zes sporttassen met (een grondstof voor) drugs aangetroffen. In eerste instantie werden deze door de hoofdsponsor nog omschreven als ‘aanmaakblokjes’. De betreffende persoon is in 2016 door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot vier jaar cel.(7)

Het gaat overigens niet alleen ‘mis’ bij voetbalverenigingen. In 2017 kwam een hockeyvereniging uit Spijkenisse in het nieuws, omdat de toenmalig voorzitter ervan werd verdacht dat hij 230 duizend euro zou hebben verduisterd. De hockeyvereniging heeft met de voormalig voorzitter een betalingsregeling kunnen treffen om het geld weer terug te krijgen. Verder terug in de tijd is in 2014 de voormalig penningmeester van een Golfclub uit Den Haag in hoger beroep veroordeeld voor het verduisteren van bijna 700.000 euro. Hij zou als penningmeester twee jaar lang bedragen hebben overgemaakt naar twee van zijn eigen ondernemingen.(8)

Waar het bij voetbal vaak om (crimineel verkregen) zwart geld ging, is er bij de laatste twee voorbeelden sprake van ‘interne fraude’. In die zin zijn sportverenigingen niet anders dan ‘reguliere’ ondernemingen.

Interne fraude is van alle tijden en kan in alle soorten organisaties voorkomen, dus ook bij sportverenigingen. Doordat vaak met vrijwilligers wordt gewerkt en men veelal handelt op basis van vertrouwen is de interne beheersstructuur soms onder de maat. Daarmee zijn (sport)verenigingen in algemene zin kwetsbaar voor frauderisico’s. Door bijvoorbeeld contante geldstromen te vermijden en door intern verschillende beheersmaatregelen te treffen zijn dergelijke risico’s echter nog wel min of meer beheersbaar te maken.

Een groter probleem ontstaat indien een sportvereniging (onbedoeld) speelbal wordt van criminele inmenging. Uit de publicatie ‘Ondermijning door criminele “weldoeners”’ volgt onder meer dat ‘weldoenerschap’ aan personen met een verdachte achtergrond de gelegenheid biedt om hun aanzien in de samenleving te vergroten.

portverenigingen kunnen criminelen bij uitstek aan dat aanzien helpen. Ze kunnen echter ook als dekmantel fungeren en zijn voor criminelen daarom een interessante partij.

Indien dankzij de financiële steun met crimineel geld een vereniging aan aansprekende successen wordt geholpen, is de omgeving snel geneigd om de ogen te sluiten voor de eventuele donkere rand van het succes. De vraag roept zich op of prestaties of misschien wel het vechten voor het voortbestaan van een vereniging zwaarder zouden wegen dan het samenwerken met integere partners?

Er bestaat helaas geen inzicht in de mate waarin sportverenigingen bestaan van geldstromen die samenhangen met (fiscale) criminaliteit. Hoeveel verenigingen zijn bijvoorbeeld afhankelijk van geld van sponsoren met banden vanuit het criminele circuit? Zouden sommige verenigingen niet meer kunnen bestaan zonder crimineel geld? Is het zwart uitbetalen van spelers eerder regel dan uitzondering? Welke maatschappelijke impact zou het hebben indien verenigingen zouden moeten worden opgeheven?
Binnen (de besturen van) sportverenigingen dient een bewustzijn te bestaan of te worden gecreëerd waardoor men alert is op signalen van mogelijke criminele inmenging binnen sportverenigingen. Het ontbreekt echter nog vaak aan alertheid.

Naast het creëren van bewustzijn zou het onder meer ook kunnen werken indien sportverenigingen van sponsoren financiële verantwoording gaan verlangen. Indien een (grote) sponsor geen financiële verantwoording wil afleggen (bijvoorbeeld jaarrekeningen en belastingaangiften over de afgelopen drie jaar) kan de vraag worden gesteld of een samenwerking wel opportuun is.

Het blijft echter nog steeds de vraag in hoeverre sportverenigingen het zich kunnen veroorloven om een dergelijke kritische houding aan te nemen. Daarmee is criminele inmenging in sportverenigingen allicht een (maatschappelijk) probleem dat een nadere verkenning verdient.

Voetnoten

(1). Bruinsma, Ceulen, Spapens, Ondermijning door criminele ‘weldoeners’ – Inventariserend onderzoek, Politie & Wetenschap, Apeldoorn; Tilburg University, Tilburg; Bureau Bruinsma, Tilburg 2018. 

(2). Bron: taaladvies: brood en spelen.

(3). Zie onder meer:

– Laureus Sport for Good Foundation, ‘Teenage Kicks: The Value of Sport in Tackling Youth Crime’, 2011;
– A. Spruit, ‘Keeping youth in play: The effects of sports-based interventions in the prevention of juvenile delinquency’, 2017;
– turnover

(4). Daarbij dient overigens te worden opgemerkt dat, afgaande op gegevens van NOC*NSF uit 2016, 1,2 miljoen personen lid waren van de KNVB (voetbalbond). Bij de tennisbond (KNLTB) waren 582 duizend leden ingeschreven en de hockeybond (KNHB) telde 253 duizend leden. De voetbalbond is hiermee veruit de grootste bond van Nederland. Bron: noc*nsf - ledentallen.

(5). ECLI:NL:RBNHO:2014:11482 en ECLI:NL:RBNHO:2014:13118.

(6). Zie ook website OM:‘Onderzoek naar verdachte betalingen amateurvoetballers’; 8 juli 2016.

(7). De uitspraak is niet gepubliceerd. Zie voor een beschrijving: "klopjacht -op -spoorloze -kantinebeheerder - van -steenbergen -na -uitspraak -rechtbank" van bndestem
(8). ECLI:NL:GHDHA:2014:1591.

OVER DE AUTEURS

Ing. J. Vrouwenfelder RE is forensisch financieel onderzoeker bij BDO Forensics & Litigation Support en lid van het bestuur van het Institute for Financial Crime (IFFC). 
Mr. V. Liem is interim voorzitter van de IFFC kamer Sport & FEC (a.i.), advocaat bij Van Doorne en lid van de redactie van het tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving. 

Vrouwenfelder: Van oudsher heeft sport mijn bijzondere aandacht. Als actief basketballer, als voorzitter van de basketbalvereniging, als trainer van de F-jes met voetbal en als liefhebber van topsport.

Binnen de topsport zijn nogal wat voorbeelden van ‘valsspelen’. Maar dat de breedtesport ten prooi kan vallen aan criminelen en crimineel geld is wat mij betreft een hard gelag. Door aandacht aan dit fenomeen te besteden hoop ik een bijdrage te leveren aan de bewustwording bij bestuurders van (breedte)sportverenigingen. Volledig in lijn met het gedachtegoed van Pierre de Coubertin: ‘L’important dans la vie ce n’est point le triomphe, mais le combat, l’essentiel ce n’est pas d’avoir vaincu mais de s’être bien battu.’

Liem: Na een fanatiek en intensief sportverleden is de liefde voor sport nooit overgegaan. Het negatieve effect dat FEC op sport heeft gaat mij aan het hart. Op deze manier hoop ik dat we de sportwereld kunnen helpen zich te beschermen tegen vals spel, vervuiling en criminaliteit.

Dit artikel verscheen in de rubriek Trending Topic in het tijdschrift Bijzonder Strafrecht & Handhaving