HSD Campus
Wilhelmina van Pruisenweg 104
2595 AN Den Haag

+31 (0)70 204 50 11
info@iffc.nl

 

Agenda 07-03-2019 Fraudecafé: Vitale Schakels in de Criminele Industrie    |    Blogs A plea for an ex parte disclosure order     |    Evenement Dag van de Fraudeonderzoeker    |    Projecten Project Trendwatch    |    Interviews 'Meer slagkracht nodig voor financiële veiligheid'    |    Publicaties Aandachtspunten Intern Onderzoek    |    Blogs 2019: Wauw!    |    Nieuwsberichten Uitbreiding van de participantenstructuur    |    Publicaties De kosten van corruptie en financiële misdaad en de CPI-Corruption Perceptions Index 2018

Interview Caroline Molenaar en Frans Stibbe
Kamervoorzitter en secretaris Intern Onderzoek & Waarheidsvinding

Het jaar 2018 is ten einde en er is veel gebeurd op het gebied van financieel-economische criminaliteit (fec). Zo is er ruim 101 miljoen euro bespaard door verzekeraars aan de hand van fraudeopsporing, zijn er meerdere arrestaties geweest omtrent matchfixing, is de aandacht voor ondermijning en de aanpak hiervan gegroeid, en wordt er steeds meer crimineel vermogen afgepakt. Ook het IFFC heeft in 2018 niet stil gezeten, met het uitvoeren van onderzoek, de start van projecten, en goed bezochte evenementen heeft IFFC haar bijdrage geleverd aan de bestrijding en preventie van fec.

Het IFFC kijkt samen met zijn Kamervoorzitters terug op 2018 en vooruit naar 2019. Caroline Molenaar en Frans Stibbe zijn respectievelijk voorzitter en secretaris van de IFFC Kamer Intern Onderzoek en Waarheidsvinding. Caroline werkt als forensische registeraccountant bij KPMG en is verantwoordelijk voor de onderzoeksafdeling. Frans Stibbe is advocaat bij Ivy Advocaten waar hij zich bezighoudt met vragen omtrent corporate governance en aansprakelijkheid.

Welke actuele vraagstukken hebben jullie gezien in het afgelopen jaar op het gebied van financieel-economische criminaliteit?

Er zijn een aantal actuele thematieken die wij als Kamer Intern Onderzoek en Waarheidsvinding hebben gezien. Deze Kamer bestaat uit een groot aantal verschillende specialisten binnen het publieke en private domein die dagelijks actief zijn in de uitvoering van interne onderzoeken, waaronder: juristen, advocaten, (forensische) accountants, financiële deskundigen, interne onderzoekers en data specialisten. Binnen deze groep specialisten was behoefte aan:

  1. een gedeelde norm voor het uitvoeren van interne onderzoeken
  2. het bediscussiëren van relevante governance aspecten in relatie tot interne onderzoeken
  3. een meer verankerede publiek-private samenwerking in relatie tot interne onderzoeken
  4. inzicht in de meldingsbereidheid van fec signalen binnen organisaties.

Met de term intern onderzoek wordt een toedracht- en/of feitenonderzoek bedoeld naar aanleiding van een (mogelijke) misstand of een incident dat leidt tot een rapport van feitelijke bevindingen om daarop een oordeel of beleid te baseren. Vanuit de verschillende beroepsgroepen gelden verschillende ‘spelregels’ over de wijze waarop interne onderzoeken behoren te worden uitgevoerd. Slechts zelden wordt een concrete handreiking gegeven hoe een onderzoek aan te pakken op een wijze die de kwaliteit van het doen van onderzoek waarborgt en op een wijze die bij herhaling van het onderzoek dezelfde of vergelijkbare uitkomsten oplevert. Hier hebben we als Kamer op ingespeeld door een concrete handreikingen te ontwikkelen hoe een onderzoek aan te pakken op een wijze die de kwaliteit van het doen van onderzoek waarborgt. Hierdoor is een soort gedeelde ‘norm’ ontstaan ten aanzien van het uitvoeren van interne onderzoeken.

Bij het bediscussiëren van relevante governance aspecten in relatie tot interne onderzoeken wordt door de participanten van de Kamer bijvoorbeeld gekeken naar het spanningsveld tussen de advocaat en de externe accountant. Een accountant kan voor de uitvoering van de controleopdracht informatie nodig hebben van de door de cliënt ingeschakelde advocaat. Advocaten hebben een geheimhoudingsplicht (legal privilege), met een daaruit voortvloeiend verschoningsrecht, als gevolg waarvan de advocaat terughoudend zal reageren op informatieverzoeken. De achtergrond van het legal privilege is het rechtsbeginsel dat iedereen zich voor advies en bijstand moet kunnen wenden tot een advocaat, waaraan het maatschappelijk belang van de waarheidsvinding ondergeschikt is. Een vraag die binnen de Kamer nadere invulling krijgt heeft bijvoorbeeld betrekking op ‘hoe om te gaan met het legal privilege, voor het verkrijgen van informatie in het algemeen en van een advocaat in het bijzonder.’

Publiek-private samenwerkingen beginnen op verschillende vlakken steeds meer handen en voeten te krijgen, bijvoorbeeld op het terrein van ondermijning. Binnen de publiek-private samenwerking verkennen de participanten van de Kamer de ‘mores van goed onderzoek’. Welke invalshoeken worden gehanteerd? En wat kunnen publieke en private partijen van elkaar leren over de wijze waarop interne onderzoeken worden uitgevoerd?

Tot slot bestond er onder onze participanten van de Kamer behoefte aan meer inzicht ten aanzien van de meldcultuur binnen organisaties van fec signalen, mede gelet op het gegeven dat Nederlanders van nature niet zo meldingsgezind zijn. Vanuit onze Kamer is er een stuurgroep die onderzoek doet naar de rationale van het al dan niet melden van signalen of onregelmatigheden. Met de uitkomsten van dit onderzoek beoogt de Kamer een bijdrage te kunnen leveren aan het bevorderen van consequent en accuraat melden binnen organisaties.

Jullie hebben het over stuurgroepen, hoe zijn deze groepen ingedeeld en opgezet?

Aan de start van de Kamer Intern Onderzoek en Waarheidsvinding zijn er vier stuurgroepen opgezet en die behandelen actuele thematieken binnen het onderzoeksdomein. Het aardige van onze Kamer is dat wij vanuit een groot aantal verschillende specialismen naar deze vraagstukken kijken. Al deze verschillende ‘bloedgroepen’ zorgen voor vernieuwende en interessante invalshoeken binnen het onderzoeksdomein waarbinnen wij allemaal op onze eigen manier acteren. Wat zijn de voordelen om dit soort projecten vanuit de Kamer van het IFFC te doen ten aanzien van een andere onderzoeksinstanties of bedrijven? Het IFFC heeft een onafhankelijk platform opgezet waarbij alle specialisten op een evenwichtige manier worden vertegenwoordigd. Het gemeenschappelijk belang tot kennisdeling prevaleert, hetgeen vanuit andere onderzoeksinstanties of bedrijven niet altijd als zodanig zou kunnen worden geborgd. Daarnaast is de Kamer heel divers, er zijn vertegenwoordigers uit allerlei beroepenvelden aangesloten hetgeen niet alleen leidt tot een hele nieuwe inkijk, maar ook een groot maatschappelijk bereik.

Wat zijn de doelen voor 2019?

Er komt een publicatie van een van de stuurgroepen binnen de Kamer aan. Deze eerste publicatie is gericht op aandachtspunten binnen het doen van Intern onderzoek en heet “brochure aandachtspunten intern onderzoek”. Met deze publicatie beogen wij, los van de gedeelde ‘norm’ ook meer begrip te creëren met betrekking tot intern onderzoek.

Daarnaast hebben we vanuit de andere stuurgroepen ook een aantal uitingen op stapel staan voor 2019. Dus we verwachten als Kamer wat interessante visie documenten en stukken die ook een beeld geven op andere onderwerpen zoals nader toegelicht in de beantwoording van de eerste vraag.

Is er nog iets wat de Kamer nodig heeft?

Een nauwere samenwerking met bijvoorbeeld onderwijsinstellingen zou voor de Kamer wenselijk zijn. Hierdoor kunnen wij met behulp van bijvoorbeeld stagiaires of scriptanten nog meer onderzoeksthema’s efficiënter en effectiever met elkaar uitdiepen.

Heeft u nog iets wat u wil mee geven aan de lezer?

Wij zijn van mening dat het altijd goed is om nader kennis te maken met het IFFC, het is een heel relevant netwerk. De bestrijding van fec is uiteindelijk een maatschappelijk vraagstuk, hoe meer mensen hieraan samenwerken hoe beter het gemeenschappelijke eindresultaat.

Is er nog een vraag die ik had moeten stellen volgens jullie?

Niet direct. Wij zouden graag de ruimte willen benutten om aan te geven dat wij heel erg trots zijn op de participanten die zich aan de Kamer Intern Onderzoek en Waarheidsvinding hebben verbonden. Deze participanten hebben zich echt gecommitteerd om samen kritisch na te denken over intern onderzoeksvraagstukken en tot hele waardevolle uitingen te komen. Deze uitingen leiden ook weer tot nieuwe onderzoeksvragen. Het is een interactief proces en het feit dat de dialoog is opgezet vanuit het IFFC is een heel groot goed.

(29 januari 2019)